De geschiedenis

Geschiedenis van Armenië

Een oude beschaving, een groot Rijk

 
De geschiedenis van de Armeniërs gaat terug tot circa 700 v.Chr., toen Indo-Europese bevolkingsgroepen zich vermengden met de bewoners van het gebied ten zuiden van de Kaukasus. In 190 v.Chr. werd Armenië met steun van de Romeinen onafhankelijk en breidde zijn grondgebied snel uit. In de eerste eeuw voor Christus was het Armeense rijk een van de machtigste rijken in Azië. Onder koning Tigranes II (95-56 v. Chr.) reikte het van de Kaspische Zee tot aan de Middellandse Zee.Armenië omvatte toen gebieden die nu tot Turkije, Syrië, Libanon, Irak, Iran, Azerbeidzjan en Georgië behoren.
De kerstening die in de loop van de tweede en derde eeuw in het Romeinse Rijk plaatsvond, bereikte ook Armenië. In het jaar 301 werd het christendom zelfs de officiële religie in het onafhankelijke Armenië. Armenië wordt daarom als de oudste christelijke staat ter wereld beschouwd.
 

Armeniërs als handelaars

Vanaf de vierde eeuw kwam er een einde aan de onafhankelijkheid. Armenië was een speelbal van imperialistische rijken en werd tot de veertiende eeuw veroverd door Perzen, Byzantijnen, Arabieren, Turken en Mongolen. Sommige overheersers waren vrij tolerant ten opzichte van de in Armenië levende christenen en joden, andere vervolgden de Armeense christenen meedogenloos. Vooral de Mongolen hanteerden een schrikbewind en veel Armeniërs weken uit naar Georgië, Oekraïne, Polen en zelfs West-Europa. Onder het bewind van de Ottomaanse Turken en de Perzen (van de vijftiende tot de achttiende eeuw) vervulden Armeniërs een belangrijke economische rol. In het Midden-Oosten ontwikkelde zich een uitgebreid netwerk van Armeense kooplui en bankiers dat onder andere contacten met het Westen had. Zo knoopten de Armeniërs banden aan met de VOC uit de Nederlanden en waren zij bemiddelaars in de handelscontacten tussen de Nederlanden en het Perzische en het Ottomaanse Rijk.

Armeniërs in het Ottomaanse Rijk

In 1828 veroverde Rusland het deel van Perzië waar de Armeniërs leefden, waaronder de stad Jerevan. De rest van het door Armeniërs bewoonde gebied bleef deel van het Ottomaanse Rijk uitmaken (het noordoosten van het tegenwoordige Turkije). In Turkije vormden de Armeniërs ondergrondse politieke organisaties die onafhankelijkheid nastreefden. De Ottomaanse sultan Abdul Hamid II (1842-1918) richtte Koerdische ruiterregimenten op om deze bewegingen de kop in te drukken. Aan het eind van de negentiende eeuw hebben deze regimenten een groot bloedbad onder de Armeniërs aangericht. Daarbij zijn honderdduizenden Armeniërs omgekomen.

De massamoorden gingen door tijdens de Eerste Wereldoorlog. Geschat wordt dat meer dan een miljoen Armeniërs werden gedood of omkwamen tijdens hun deportatie naar Syrië. De Armeniërs spreken dan ook van de Armeense genocide. De Turken ontkennen echter dat er sprake was van genocide. Deze kwestie staat bekend als de Armeense kwestie.
 

De Armeense kwestie

Over de Armeense kwestie zijn internationaal de meningen zeer sterk verdeeld. De Armeniërs beschuldigen de Turken ervan dat zij in 1915 grote delen van hun bevolking stelselmatig hebben uitgemoord. De Turken op hun beurt ontkennen dit en zeggen dat er enkel doden zijn gevallen bij de deportatie van Armeense burgers uit oorlogsgebied.

De kwestie ligt in beide landen erg gevoelig en bemoeilijkt voor Turkije ook de toetredingsgesprekken tot de Europese Unie. De EU vindt dat Turkije moet erkennen dat het genocide heeft gepleegd. Turkije zegt dat er geen enkel bewijs is dat er ooit genocide heeft plaatsgevonden. Ook onder historici is er geen overeenstemming over wat er nu echt gebeurd is. Wel zijn ze het over het volgende eens.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is het Ottomaanse Rijk (waar het tegenwoordige Turkije en Armenië onder vallen) in oorlog met Rusland. De Armeense bevolking, aangemoedigd door de Russen, ziet haar kans schoon en komt in opstand tegen haar Ottomaanse overheersers. Armeniërs verlaten het Ottomaanse leger, sluiten zich aan bij Russische troepen of beginnen hun eigen guerrillagroepen achter de Ottomaanse linies.

Om de situatie weer onder controle te krijgen besluit de Ottomaanse overheid de Armeense bevolking uit het oorlogsgebied weg te halen. Hierbij vallen erg veel doden.

Tot zover zijn de meeste historici het wel met elkaar eens. De Armeniërs claimen echter dat tijdens deze deportaties stelselmatig mensen zijn gedood door de Turken. Zij beweren dat er meer dan één miljoen mensen zijn overleden tijdens de transporten en spreken daarom van een genocide.

De Turken ontkennen niet dat er veel mensen zijn overleden tijdens de transporten. Zij zeggen echter dat het er veel minder zijn – zo rond de 200.000 mensen. Daarnaast benadrukken ze dat het oorlogstijd was. Zij zeggen dat de Turken niet anders konden dan de Armeniërs uit het oorlogsgebied verwijderen.

De laatste jaren is de Armeense kwestie, zoals de Armeense beschuldiging van genocide en de Turkse ontkenning daarvan wordt genoemd, weer volop in het nieuws. Omdat Turkije wil toetreden tot de Europese Unie moet het volgens verschillende lidstaten (waaronder Nederland) de genocide op de Armeniërs erkennen. Turkije weigert dit en vindt dat Europese landen zich niet met zijn verleden horen te bemoeien.

In Nederland vindtmen ook dat Turkije de genocide moet erkennen. Dit leidde in 2006 tot een kleine rel in de Tweede Kamer. CDA-Kamerleden Ahyan Tonca en Osman Elmaci en PvdA-kamerlid Erdinc Sacan weigerden het Nederlandse standpunt te erkennen en werden door hun partij van de kieslijsten verwijderd.
 

Aansluiting bij de Sovjetunie

In mei 1918 werd een onafhankelijke Armeense republiek uitgeroepen die zich in de Eerste Wereldoorlog in de strijd tegen het Ottomaanse Rijk bij Rusland aansloot. In 1920 werd de republiek ingelijfd bij de Sovjetunie. Eerst maakte Armeniësamen met Georgië en Azerbeidzjan als Trans-Kaukasische Sovjetrepubliek nog deel uit van de Sovjetunie. In 1936 werd Armenië een afzonderlijke Sovjetrepubliek binnen de Sovjetunie.

Copyright: atlcom.nl

Scroll omhoog